Copyplatform
Hoe spreken we ons uit in woorden? In het copyplatform leggen we alle richtlijnen en kaders rondom copy vast.
01
Over het copyplatform
{ copied = true; setTimeout(() => { copied = false }, 1000) })">
gekopieerd
Inleiding
In een copyplatform geven we aan voor welke tone-of-voice we kiezen en hoe we die tone-of-voice bereiken. Het is een soort ‘handboek’ in het klein. Doel is om alle copy te standaardiseren én altijd consequent dezelfde toon aan te slaan. Ongeacht wie de schrijver is. De richtlijnen in een copyplatform zijn géén wiskundige waarden. Ze geven houvast bij het schrijven en bewaken de focus op de beweging. De voorbeelden helpen om de juiste mate van expressie te vinden.
02
De beweging in woord
{ copied = true; setTimeout(() => { copied = false }, 1000) })">
gekopieerd
De naam van de leveringsvorm
Samenzorg is de naam van de leveringsvorm, ofwel de manier waarop iemand zorg ontvangt. We schrijven deze volledig aan elkaar, met de ‘s’ in hoofdletter. We sluiten deze naam niet af met een punt.
De naam van de zorgbeweging
Naast de naam van de vorm, hanteren we ook een naam voor de beweging. Deze naam is
Zelf zorgen, samen doen
We beginnen deze naam met de hoofdletter ‘z’. De rest van de naam schrijven we in onderkast. Na zorgen plaatsen we een komma. We sluiten deze naam niet af met een punt. We maken hierop in twee gevallen een uitzondering. In het logo gebruiken we geen komma, omdat we de naam onderbreken met een enter. Ook in de gebruikersnaam op social media wijken we hiervan af, omdat we daar geen spaties kunnen gebruiken.
De afkorting
De naam Zelf zorgen, samen doen kan afgekort worden in ZZSD. Omdat we de naam in de eerste fase echter nog moeten laden, gebruiken we deze afkorting enkel op social media (als hashtag). In alle andere gevallen schrijven we de naam voluit.
De storyline
In de storyline geven we meer context en lading aan de beweging. Het verhaal vormt een belangrijk onderdeel van de beweging en is bijvoorbeeld te lezen op de website of in een introductiepresentatie. De storyline luidt als volgt:
De vooruitzichten in de ouderenzorg zijn duidelijk. Het aantal ouderen neemt toe, het aantal zorgmedewerkers neemt af en het aantal verpleeghuisplekken wordt niet uitgebreid. Er moet wat veranderen. En die verandering zijn wij. De héle maatschappij.
Als Twentse ouderenzorg nemen we samen met Menzis het voortouw. Ons doel is helder: mensen met een zorg- en ondersteuningsbehoefte hun eigen leven laten leiden. Daarom richten we de zorg anders in. Ouderen blijven zo lang mogelijk thuis wonen. Medewerkers gaan uit van wat een cliënt nog wél kan. Technologie en hulpmiddelen worden de standaard. En naasten krijgen de grootste rol.
Het is even wennen. Al doende gaan we het ontdekken. Maar als we er samen voor gaan, kunnen we het aan. Zorgprofessionals, gemeenten, ouderen… eigenlijk iedereen. En het levert ons allemaal wat op. Eigen regie, zelfredzaamheid en bovenal: niet de focus op zorg, maar meer aandacht voor ons welzijn.
De campagneheader
Op verschillende communicatiemiddelen maken we gebruik van een campagneheader. Deze campagneheader is afhankelijk van de doelgroep. Spreken we alle doelgroepen aan? Dan kiezen we voor de header
Vroeg of laat werk jij ook in de zorg
We beginnen deze header met een hoofdletter ‘v’ en schrijven de rest in onderkast. We sluiten deze header niet af met een punt.
Richten we ons enkel op de ouderenzorg-professionals en/of de vrijwilligers? Dan gebruiken we de header
Je krijgt er duizenden collega’s bij
Als we er de ruimte voor hebben, kunnen we deze header aanvullen met de subboodschap
De ouderenzorg wordt een taak van de hele maatschappij
Beide headers beginnen we met een hoofdletter en schrijven we voor de rest in onderkast. We sluiten ze niet af met een punt.
De descriptor
Op uitingen waar we meer context willen geven aan de beweging, maar niet de ruimte hebben voor veel bodycopy, gebruiken we de volgende descriptor
Een maatschappelijk initiatief voor de toekomstbestendigheid van de Twentse ouderenzorg.
We beginnen de zin met een hoofdletter ‘E’ en schrijven de rest in onderkast. We sluiten de afzender niet af met een punt.
03
Tone-of-voice
{ copied = true; setTimeout(() => { copied = false }, 1000) })">
gekopieerd
De stem van de beweging
In copy zijn we direct, concreet en realistisch. We durven ook minder aangename boodschappen te delen, maken die niet mooier dan dat ze zijn en draaien er niet nodeloos omheen. We vertellen niet alleen dát er wat moet veranderen, maar ook wát die verandering moet zijn. Waar we de ruimte hebben, geven we duidelijke handvatten en inspireren we de doelgroepen.
04
Schrijfwijzer
{ copied = true; setTimeout(() => { copied = false }, 1000) })">
gekopieerd
a. Nederlands
We kiezen in communicatie enkel voor de Nederlandse taal. Zo blijven we begrijpelijk voor iedereen. Engelse leenwoorden die volledig zijn opgenomen in de Nederlandse taal gebruiken we wel. Denk aan ‘tools’, ‘freelancer’ of ‘content’.
b. Taalniveau
De beweging is bedoeld voor de hele maatschappij. Daarom kiezen we in onze communicatie zo veel mogelijk voor taalniveau B1. De overgrote meerderheid van de bevolking begrijpt teksten op dit niveau.
Voorbeeld: In Nederland stijgt het aantal ouderen en daalt het aantal zorgmedewerkers.
In enkele gevallen maken we een uitzondering op dit taalniveau. In één-op-één communicatie of communicatie richting (door)verwijzers, consulenten en samenwerkingspartners kunnen we kiezen voor een meer formele toon (niveau C1).
Voorbeeld: De vergrijzing in Nederland zet door. Tegelijkertijd staat het personeelsbestand in de zorgsector onder druk door een dalend aantal zorgverleners.
c. Cijfers
Cijfers en feiten geven we zo direct mogelijk weer.
Niet: Eén op de drie mensen is al mantelzorger.
Wel: 1 op de 3 mensen is al mantelzorger.
d. U vs. je
Als aanspreekvorm hanteren we het volgende:
Om dicht bij de doelgroep te blijven, kiezen we als aanspreekvorm zoveel mogelijk voor ‘je’ en ‘jij’.
Voor de zorgvragers maken we een uitzondering en kiezen we - gezien hun leeftijd - voor ‘u’.
In persoonlijke communicatie richting doelgroepen waar tutoyeren niet gepast is (zoals in een brief voor zorgvragers of (door)verwijzers, consulenten en samenwerkingspartners) gebruiken we de u-vorm.
e. Urgent en aanjagend
Willen we bewustwording creëren? Dan moeten we de noodzaak van de verandering in al onze communicatie voelbaar maken. We onderstrepen het broodnodige belang en roepen de lezer telkens op om daarin nu mee te gaan. Daarin zijn we niet schreeuwerig, maar wel stellig. In plaats van een uitroepteken kiezen we vaker voor een punt.
Niet: De ontwikkelingen in de ouderenzorg zijn zichtbaar. Het aantal ouderen groeit, terwijl het aantal beschikbare zorgmedewerkers achterblijft. Ook het aantal verpleeghuisplekken blijft naar verwachting gelijk. Het is een situatie die vraagt om heroverweging. In de toekomst zullen we de ouderenzorg veranderen!
Wel: De vooruitzichten in de ouderenzorg zijn duidelijk. Het aantal ouderen neemt toe, het aantal zorgmedewerkers neemt af en het aantal verpleeghuisplekken wordt niet uitgebreid. Er moet wat veranderen. En die verandering zijn wij. De héle maatschappij.
f. Constructief realistisch
We willen de verandering niet mooier maken dan dat ‘ie is. Daarom moeten we duidelijk zijn. Tegelijkertijd betekent het niet dat alles er slechter op wordt. Het ‘nieuwe normaal’ brengt ons veel. Juist die positieve kant willen we óók belichten.
Niet: Over de zorg van vroeger kunnen we alleen nog maar dromen. Vandaag de dag worden we niet meer gepamperd, maar moeten we vooral veel meer zelf doen. Dat vraagt wat van ons allemaal.
Wel: Oud worden in een verzorgingshuis terwijl je volledig verzorgd werd? Dat was vroeger. De zorg van vandaag vraagt meer van jezelf. Laten we voorop stellen: je blijft de zorg en ondersteuning krijgen die nodig is. Maar we stimuleren je ook om meer zelf te doen. Zelfredzaamheid noemen we dat. Zo blijf je baas over je eigen leven.
g. Doelgroep centraal
We benadrukken niet alleen wat de verandering inhoudt, maar vooral wat deze voor de doelgroep betekent. In tekst zetten we hun behoeftes en triggers centraal. We spreken de doelgroep direct aan.
Niet: De ouderenzorg verandert. Dat vraagt wat van ons allemaal. Zorgvragers worden zelfstandiger, omdat zorgmedewerkers niet overnemen maar stimuleren.
Wel: Als ouderenzorg-professional heb je een groot zorghart. Precies daarom koos je voor deze baan. En precies daarom waarderen wij zo wat je doet. Met deze beweging willen we die passie niet afremmen. Integendeel, we willen dat zorghart juist beschermen. Daarom kijken we samen hoe je het anders kunt doen.
h. Actief en kort
Om teksten zo leesbaar - maar ook activerend - mogelijk te houden kiezen we waar kan voor actief taalgebruik. Ook maken we zinnen niet onnodig lang. Daarom kiezen we er vaak voor om een zin op te delen in twee.
Niet: De ouderenzorg zal niet morgen, maar vandaag al moeten veranderen.
Wel: De ouderenzorg verandert. Niet morgen, maar vandaag.
i. Begrijpelijk en concreet
Omdat we ons binnen de beweging richten op de hele maatschappij, moeten onze teksten voor iedereen te begrijpen zijn. We blijven weg van ambtelijke taal, vakjargon of wollige formuleringen en zijn zo spitsvondig, duidelijk en concreet mogelijk.
Niet: Het zorgdomein zit in de transitie van intramurale naar extramurale zorg. Wlz‐gerechtigden wonen langer thuis, waar zij het benodigde zorgpakket ontvangen. Samenzorg (VPT) is er daar één van.
Wel: Zorgvragers wonen langer thuis. Daar krijgen ze de zorg of ondersteuning die nodig is. Deze vorm van zorg noemen we Samenzorg (eerder bekend als Volledig Pakket Thuis).